Schematherapie

Schematherapie is een vorm van psychotherapie ontwikkeld door Yeffrey Young en bestaat uit een combinatie van cognitieve gedragstherapie en elementen uit andere therapievormen. De therapie richt zich zowel op de problemen die de cliënt in het hier en nu ervaart, als op ervaringen uit het verleden, die mede de oorzaak van de problemen zijn.

Wat is een schema?

Een schema kan worden opgevat als de ‘bril’ waardoor we onszelf en anderen waarnemen. Welke kleur die bril heeft, wordt in belangrijke mate bepaald door de ervaringen die men opdoet in de kindertijd en adolescentie maar ook in de jaren daarna.

Een schema is een verzameling gedachten, herinneringen, emoties en lichamelijke sensaties met betrekking tot zichzelf en de relaties met anderen. Ze ontstaan al vroeg in de interactie tussen het kind met diens temperament en eigenschappen, en de omgeving. Young e.a. gaan ervan uit dat disfunctionele schema’s ontstaan wanneer onvoldoende wordt voldaan aan de basisbehoeften van een kind: veilige hechting, autonomie, vrijheid om gerechtvaardigde behoeften te uiten, spontaniteit en spel, en realistische grenzen.

Voor wie?

Wanneer u herhaaldelijk problemen ervaart in bepaalde levensgebieden.

U blijft bijvoorbeeld het gevoel houden tekort te schieten of ongewenst te zijn, dat anderen u nooit de moeite waard zullen vinden als ze eenmaal zien wie u werkelijk bent. U voelt zich onzeker of schaamt zich voor uzelf. Of u heeft het gevoel er nooit helemaal bij te horen. Anders te zijn dan anderen. Terwijl u wel uw best doet.

Of u heeft het gevoel in uw eentje niets te kunnen of durven; verantwoordelijkheden en keuzes legt u bij anderen neer. Wat u zelf wilt, weet u niet precies.

Misschien heeft u al vroeg geleerd dat mensen niet te vertrouwen of onvoorspelbaar zijn. Dan kan het zijn dat u steeds opnieuw onbetrouwbare of onvoorspelbare partners treft. Of u gaat maar helemaal geen relaties aan met mensen. U houdt afstand en houdt het veilig voor uzelf, ten koste van het normale menselijke verlangen naar nabijheid van anderen.

De onderliggende schema’s zijn vaak niet direct waarneembaar. In de loop van uw leven heeft u allerlei oplossingen gekozen die vroeger werkten, maar die u nu belemmeren.

Welke strategie u ook kiest, het kan zijn dat uw ‘schema’ steeds opnieuw bevestigd wordt of in elk geval niet de kans krijgt om ontkracht of onjuist bevonden te worden. U blijft uw patronen herhalen.

De therapie

Schematherapie kan zowel individueel als in de groep gegeven worden.

In een therapiegroep gebeuren dingen in het contact met anderen, die vergelijkbaar zijn met het gewone leven buiten therapie. Alle groepsleden brengen hun eigen persoonlijkheid, levensgeschiedenis, problemen en oplossingen mee. Op grond daarvan reageren zij op een bepaalde manier op anderen en roepen zij bepaalde reacties op bij anderen. In een therapiegroep kan dit worden herkend en onderzocht. In de interactie met elkaar kan inzicht in eigen functioneren worden verkregen, groepsleden kunnen van elkaar leren, gevoelens kunnen worden gedeeld, er kan onderling steun verleend worden en nieuw gedrag kan in een relatief veilige situatie worden geleerd. Er zijn twee therapeuten aanwezig om het proces te begeleiden.

In individuele therapie werkt u samen met uw therapeut . U onderzoekt welke schema’s bij u aanwezig zijn en op welke manier ze uw waarneming en gedrag sturen. U bekijkt op welke manier u de schema’s in stand houdt. Soms spelen schema’s al snel in het contact met de therapeut op: u doet heel hard uw best om het ‘goed’ te doen, of u heeft lange tijd nodig om de therapeut een beetje te gaan vertrouwen. Wat zich binnen de werkrelatie afspeelt kan onderwerp van gesprek zijn. Het is een ‘speelveld’ waarin u kunt onderzoeken hoe uw schema werkt, of u overtuigingen kunt bijstellen en nieuw gedrag uitproberen. U kunt terugkijken naar vroegere situaties die in het hier en nu geactualiseerd worden en deze veranderen. U werkt met huiswerkopdrachten: soms zult u lezen over bepaalde onderwerpen, soms krijgt u schrijfopdrachten met als doel uw schema verder te onderzoeken of te veranderen; u leert cognitieve en gedragstechnieken aan om anders met uw schema om te gaan. U doet oefeningen met uw therapeut met als doel de schema’s en bijbehorende gevoelens te veranderen. Buiten de zittingen oefent u in toenemende mate met nieuw gedrag.